Risico’s camper kopen in Duitsland

Onlangs werd in Düsseldorf weer de grootste kampeerbeurs van Europa georganiseerd. Daar lonkten 15 hallen vol kampeerplezier. Maar of je daar nou een camper of caravan moet kopen? Lees over de haken & ogen.

Van 31 augustus tot en met 8 september vond de grootste kampeerbeurs van Europa plaats. In Düsseldorf, op nog geen twee uurtjes rijden (vanaf Utrecht). Daar lonkten 15 hallen vol kampeerplezier. Wat misschien nog meer lonkt, zijn de prijskaartjes en dan bedoelen we met name de campers. Want – en daar kun je van alles van vinden en dat doén we dan ook – er zijn maar weinig landen met dezelfde ‘luxe-belasting’ als de Nederlandse belasting op personenauto’s en voertuigen. Inderdaad: de BPM.

messe-düsseldorf/ctillmann

Roze bril

En hoe vervelend (ook) wij dat ook vinden: door die BPM pakt dat Duitse prijskaartje opeens 13.000 tot 15.000 euro duurder uit zodra je je droomcamper in Nederland op kenteken zet. Dat BPM-bedrag is nog best lastig te berekenen en hangt af van chassis, motor en allerlei voorzieningen aan boord: een wiskundig algoritme waarvan Duitse verkopers niet of nauwelijks op de hoogte zijn. Met een roze bril op de neus kún je als calculerende consument misschien een paar duizend euro voordeel behalen op zo’n nieuwe kampeerauto. Maar dat is niet zonder risico’s…

Risico’s

Want na die prachtige offerte… Dan komt ‘t. Dan mag je je nieuwe camper (of caravan) gaan ophalen bij de verkoper die misschien wel tegen de Oostenrijkse grens is gevestigd. En met een beetje geluk krijg je de verschillende systemen dan netjes uitgelegd. In het Duits natuurlijk, zónder Nederlandse handleiding. En hoe denk je je nieuwe vakantieknuffel mee te nemen naar Nederland? Een Nederlands ééndagskenteken is niet toegestaan in Duitsland en rijden op Duitse handelaarskentekenplaten: daar zit je verkoper ook niet op te wachten, want hoe krijgt-ie ze ooit weer van je terug?

Papieren rompslomp

Vervolgens krijg je te maken met de papieren rompslomp rond de invoer, de aanvraag van een tijdelijk kenteken voor de rit naar de Rijkswegdienst voor het Wegverkeer (RDW). En dan volgt het ‘schouwen’ van je nieuwe aanwinst bij de RDW. Maar eerst nog de kosten voor de verzekering voor die ene dag: WA of toch maar all-risk? Dan volgt de rit naar een van de RDW-stations, maar vergis je niet in de wachttijden ter plaatse. En vervolgens mag je daar zelf de aangifte voor de BPM invullen en in een grote bus deponeren. En dan maar hopen dat je die berekening op de juiste manier hebt gedaan en per ongeluk toch niet voor een paar duizend euro extra wordt aangeslagen omdat je een fout hebt gemaakt…

Duitse rechtssysteem

En dan héb je ‘m eindelijk voor de deur staan, en dan blijkt er nét iets niet helemaal te kloppen aan je nieuwe camper. Ga je dan helemaal heen en weer naar die aardige verkoper bij de Oostenrijkse grens? Tuurlijk niet: volgens Europese regelgeving kun je dan ook naar een Nederlandse merkdealer voor de garantie – maar die dealer zal (zeker in drukke tijden) toch echt z’n eigen klanten voorrang geven voordat jij geholpen wordt. Enne: bij eventuele geschillen geldt het Duitse rechtssysteem. Terwijl je standaard rechtsbijstandverzekering gebaseerd is op het Nederlands recht.

Voorkom problemen

Met andere woorden: koop je nieuwe camper lekker bij een dealer in de regio. Geen gedoe met absurde reistijden, tijdelijke kentekenplaten, ééndagsverzekeringen en de gok voor het juiste BPM-bedrag. Bij de dealer in je eigen regio krijg je camper lekker op je gemak uitgelegd, met een kop koffie erbij, gewoon in je eigen taal en met een Nederlandse handleiding. En bij problemen is je eigen dealer nooit ver weg. Zelfs als je al onderweg bent en je even kunt bellen, om je kachel of koelkast nóg een keertje uitgelegd te krijgen.
Ons advies: koop je camper of caravan gewoon bij de Nederlandse dealer. Dan voorkom je problemen.

 

(photo credits: messe-düsseldorf/ctillmann)

Recommended Posts